donderdag 5 december 2013

Eindopdracht

Lesfasenmodel
Het lesfasenmodel vormt de structuur van een les beeldende vorming.

Procesfase
Docenttaak
Lesinhoud
Voorbereiding
Context
Biologen ontdekken nog wel eens nieuwe vogelsoorten. Deze vogels worden heel precies getekend en beschreven. Al deze tekeningen, foto’s en beschrijvingen worden verzameld in boeken. Ook wij ontdekken, al werkende, vreemde vogels en brengen hun leefwereld in kaart.
Basisplan
De kinderen construeren van papier een vogel met een roofachtig of een tropisch uiterlijk. Ze maken de vogel extra ruimtelijk door zijn vleugels te spreiden. Ze letten op de kleurcombinaties en de textuur bij het maken van een passend verenpatroon.

Doelen
Beeldend doel: Een vogel met een roofachtig of een tropisch uiterlijk en gespreide vleugels.

Technisch doel: De kinderen kunnen een papierconstructie maken met karakteristieke vormen van een vogel. Ze kunnen een passend verenpatroon maken, daarbij gelet op textuur en gebruik van kleurfamilies en kleurcontrasten.


Receptie
/Oriëntatie
Introduceren
Beeldcultuur
Laat een fragment zien uit de film Rio (massacultuur)





1. Wie kent de film? Waar gaat de film over?
2. Zie je in dit fragment/op de plaat roofachtige of tropische vogels? Hoe zie je dat?
3. Als je naar de kleur van de vogels kijkt, is er dan vooral gebruik gemaakt van kleurfamilies of kleurcontrasten?
4. Kijk eens naar de vleugels van de vogels, op welke manier is er diepte in gebracht/wat zorgt voor diepte?

Beeldaspecten
Kleur: kleurfamilies of kleurcontrasten
Vorm: De vorm van de vogel moet passen bij de beschrijving van de vogel die de kinderen maken voor in het boek.
Ruimte: Het moet een ‘ruimtelijke’/3D vogel zijn. De vleugels moeten gespreid zijn.

Ontwikkelingsfasen
Voor de opdracht is het belangrijk dat de leerlingen zich ten minste in ontwikkelingsfase 2b bevinden. Het is belangrijk dat ze details herkennen en verbanden ontdekken (zie vragen bij beeldcultuur).


Informeren

Beeldbeschouwen
Laat platen zien uit een vogelboek en bespreek de overeenkomsten en verschillen. Wat maakt een vogel tropisch en wat maakt een vogel juist roofachtig. Wat zijn de verschillen tussen tropische en roofachtige vogels? Kijk daarbij ook naar de kleuren van de veren en laat de kinderen bedenken of er sprake is van ‘kleurenfamilie’ of ‘kleurencontrast.’






Instrueren
Beeldend Probleem
De kinderen werken in tweetallen en bespreken met elkaar welk type vogel ze gaan maken: een gevaarlijke roofvogel of een prachtige paradijsvogel. De vleugels van de vogels moeten gespreid zijn en het verendek moet gelaagd zijn. De kinderen moeten gebruik maken van kleurcontrasten of kleurfamilies.

De kinderen moeten de bijzondere kenmerken van hun vogel kunnen beschrijven.
Productie
/Uitvoering
Observeren


Beeldend Vermogen
Help de kinderen verder tijdens het werkproces door afbeeldingen van vogels te blijven tonen en ze te herinneren aan de verschillen tussen de vogels.

Begeleiden

Werkprocessen
De kinderen gaan zelfstandig in tweetallen aan het werk. Zorg ervoor dat de kinderen snel beginnen. Verricht waar nodig hand-en-spandiensten.

Afronden

Lokaal/tijdsmanagement
Lesduur: 2 lessen van 50 à 60 minuten
Zet het materiaal klaar op een centrale plaats in het lokaal, zodat iedereen het zelf kan pakken en opruimen.
Reflectie
/Nabeschouwing
Nabespreken
Reflecteren
Is het iedereen gelukt om een tropische en/of roofachtige vogel te maken? Wat vonden jullie van de opdracht? Was het een moeilijke/makkelijke opdracht? Hoe is het werk in tweetallen gegaan, hebben jullie goed samengewerkt?

Laat kinderen elkaars werk beoordelen a.d.h.v. de beoordelingscriteria.


Beoordelen
Beoordelingscriteria (rubric)


nee
twijfel
ja
Is het een tropische of roofachtige vogel?
0
1
2
Is er sprake van een gelaagd verendek?
0
1
2
Zijn er kleurfamilies of kleurcontrasten toegepast in het verendek?
0
1
2
Zijn de vleugels gespreid?
0
1
2
Zijn de karakteristieke vorm en kleur van de vogel beschreven op een pagina in het vogelboek?
0
1
2
Totaal:




Presenteren

Presentatievorm
De kinderen maken een eigen pagina (met foto) over hun vogel voor in het ‘vogelboek’. Daarin beschrijven ze de bijzondere kenmerken van hun eigen vogel. De vogels worden opgehangen in de klas. Enkele kinderen mogen voor in de klas hun verhaal bij de vogel vertellen. De overige kinderen kunnen hier op reageren. 

Evaluatie
Evalueren

Opdracht en randvoorwaarden
Was de opdracht duidelijk voor de leerlingen?
Was het voor alle leerlingen mogelijk om aan de voorwaarden van de opdracht te voldoen?



zondag 1 december 2013

Beeldend vermogen


Wanneer we tekeningen van kinderen beschouwen kunnen we 4 fases onderscheiden:
fase 1: de krabbelfase
fase 2: de conceptionele fase: 
2a de plaatsing is willekeurig, 
2b er is een grondlijn en bovenlijn
fase 3: de realistische fase 

Tekeningen onderbouw





Hierboven zie je drie tekeningen uit de onderbouw waar de eerste 2 fases goed naar voren komen. In de eerste tekening is de krabbelfase goed zichtbaar. Het is al wel een beetje een gesloten vorm, dus het gaat richting fase 2a. Op tekening 2 zie je een kopbuikpoter uit fase 2a. Het figuur is willekeurig geplaatst in de ruimte. In foto 3 zie je dat er sprake is van een boven en een onder (fase 2b). De objecten zijn afzonderlijk geplaatst en overlappen elkaar niet. Bij het de voeten van de poppetjes is het aspect 'omklapping' goed te zien. De voeten wijzen allebei dezelfde kant op. Het kind maakt gebruik van 'schemakleuren'; bruine stam, groene boom, blauwe wolken, gele zon. 

Tekening middenbouw


Hierboven zie je een tekening uit de middenbouw in fase 2b. Er is sprake van 'centraal compositie', 1 object groot in het midden. De contour van de boom is goed zichtbaar. Het kind maakt gebruik van 
'schemakleuren', een bruine stam en groen gras. 


Bovenstaande tekening is uit de bovenbouw. Hierin is fase 3 goed zichtbaar. Er is sprake van overlapping en afsnijding. Hiermee wordt ook plasticiteit gesuggereerd. Het is een overall compositie, alles krijgt evenveel aandacht. Bij de raketjes zie je goed het grootteverschil, ver weg klein, dichtbij groot. 


Fase 1
Fase 2a

Fase 2b
Fase 3



Beeldend probleem




In de bovenstaande opdracht is een technisch doel, maar geen beeldend doel (beeldend probleem). Er is geen ruimte meer voor creativiteit binnen de opdracht. Maak er een beeldend probleem van door er een verhaal bij te geven over een groenteboer die graag een reclamebord wil maken met groente en fruit, hij heeft alleen een probleem, want de verfwinkel om de hoek heeft alleen de drie primaire kleuren (rood, groen en blauw). De groenteboer wil echter ook bananen en mandarijnen op zijn reclamebord. 
Nieuwe opdracht:
Maak een reclamebord voor de groentebroer, met groente en fruit, waarbij je de drie primaire kleuren gebruikt om secundaire en tertiaire kleuren te maken.  

Met de hele groep hebben we een stop-motion animatie gemaakt met vissen.
Beeldend doel: maak een stop-motion animatie met vissen.
Technisch doel: gebruik klein viltjes om de vissen te maken. Maak gebruik van een computer en een webcam voor het maken van de animatie.
*helaas lukt het niet om het filmpje te uploaden in mijn blog. 

Ontwikkelingsfasen & beeldbeschouwing


Wanneer je met kinderen beelden gaat beschouwen moet je rekening houden met de ontwikkelingsfasen van kinderen. Parsons heeft een onderscheid gemaakt tussen de verschillende fasen:
1. Favoritisme
2a. Ambachtelijk; hoofdkenmerken benoemen, kinderen kunnen abstracte kunst waarderen zolang ze er dingen in herkennen.
2b. Ambachtelijk; details herkennen, ontdekken van verbanden, natuurgetrouw, veronderstellen dat iedereen dezelfde mening heeft.
3. Expressiviteit (geabstraheerde werkelijkheid); niet iedereen heeft dezelfde mening.
4. Formalisme; gericht op de stijl, de betekenis ligt besloten in het medium zelf, esthetische ervaring.
5. Open mind; de betekenis hangt af van de context.

Bij het beschouwen van beelden uit de beeldcultuur kunnen we 5 soorten vragen onderscheiden:
1. Startvragen
2. Onderzoeksvragen
3. Analysevragen
4. Speculatieve vragen
5. Conclusie vragen

Opdracht beeldbeschouwing



1. Heb je deze film gezien? Kan je er iets over vertellen? Om wie gaat het? (startvragen)
Ja, ik heb de film gezien. Het gaat over.......
Nee, ik heb de film niet gezien. 
2. Waaraan kan je zien om wie het gaat? (onderzoeksvraag)
Waarschijnlijk gaat het over de blauwe vogel in het midden. Deze vogel valt het meest op in de afbeelding. 
3. Hoeveel dieren zie je? Horen ze bij elkaar? (onderzoeksvraag)
Ik zie negen dieren. Ze lijken wel allemaal bij elkaar te horen. Alleen de hond valt een beetje buiten de boot. De hond is op de voorgrond afgebeeld en kijkt een beetje geniepig. 
4. Waar speelt het verhaal zich af? (onderzoeksvraag)
Het speelt zich af op een strand, een warme, tropische lokatie. 
5. Waaraan kunnen we zien dat de blauwe vogel in het midden een beetje oenig is? (analysevraag)
De vogel is op het strand, er liggen ook mensen in bikini/zwembroek op strand, dus het is warm. De vogel heeft echter wel een sjaal, een muts en oorwarmers op. 
6. Hoe sluit de vorm van de letters aan op de inhoud/het onderwerp van de film? (analysevraag)
De R heeft veertjes. De stip van de I is een strandbal. 


Beeldaspecten


Het beeldaspect bij bovenstaande afbeelding is 'bewegingssuggestie'; het laat letterlijk een bevroren beweging zien.

Je kan gebruik maken van verschillende beeldaspecten om een beeldend doel te bereiken. Beeldaspecten dragen bij aan hoe we naar een beeld kijken. In de foto hieronder zie je een tekening van een nerveuze kubus (linksboven) en een boze kubus (onder). Het verschil zie je duidelijk in het materiaalgebruik. Maar een nerveuze kubus zou je bijvoorbeeld ook in het hoekje van een blad kunnen tekenen.



Beeldend probleem: teken een object, maar gebruik de kubus als basis. 

Beeldcultuur

Klassiek 


Expulsion from the Garden of Eden (1828)
Thomas Cole, American (born in England), 1801–1848

Bovenstaand schilderij komt uit de klassieke periode. Het schilderij is een beeltenis van een bijbels verhaal: de verbanning van Adam en Eva uit het paradijs. Adam en Eva hebben van de 'verboden vrucht' gegeten. Hierdoor hebben ze de belofte, om niet van de vrucht te eten, met God verbroken. Binnen het schilderij is een groot contrast zichtbaar. Het is het contrast tussen het paradijs (rechts) en de wildernis (links). Bij het beschouwen van het schilderij worden je ogen als eerst naar de rechterkant van het schilderij getrokken. Aan de rechterkant, in het paradijs, zie je bergen die tot de hemel rijken, een blauwe lucht, bloemen en lichte kleuren. Als je goed kijkt zie je rechtsvoor twee zwanen en een waterval. Midden in het schilderij zie je een soort poort waaruit een fel licht schijnt. Het ziet er uit als lichtflitsen die Adam en Eva wegjagen. Adam en Eva zijn een stukje verderop heel klein weergegeven. Eva houdt de hand van Adam stevig vast. Adam houdt zijn hand boven zijn ogen tegen het licht. De omgeving waar Adam en Eva zijn is somber, bruin en de bomen zijn dood. Linksonder is een wild dier te zien die zijn prooi beschermt. Adam en Eva zijn terechtgekomen in een soort hel, ze zijn aan hun lot overgelaten. 

Modernistisch


The Persistence of Memory (1931)
Salvador Dali 

Dit schilderij van Salvador Dali is erg populair. Het is een klein schilderij. Dit schilderij zet je hersenen aan het werk, want waar kijk je nou eigenlijk naar? Het schilderij speelt met je gedachte en met het realisme. Dali behoorde tot de 'surrealisten'. Het Surrealisme is een kunststroming in de moderne kunst ontstaan als literaire stroming rond 1924. Surrealisten stellen beelden samen in onverwachte, verrassende, zo niet schokkende combinaties. Het schilderij hierboven is een soort droomlandschap. Het is een open, eenzame en woestijnachtige vlakte. Het is er heet (de tijd smelt letterlijk weg) en er is geen beweging, zelfs in het water op de achtergrond is geen beweging te zien. Het is een plek waar de tijd stilstaat en waar tijd niet belangrijk is. De omgeving is naturalistisch geschilderd, alleen de objecten horen daar niet in thuis. Linksvoor zie je een kolonie mieren op een klok, zij lijken de tijd op te eten. Het object in het midden van het schilderij kan meerdere dingen betekenen. Het kan een zijaanzicht zijn van een hoofd. Je kan er een oog in zien met hele lange wimpers. Er zijn mensen die zeggen dat het het zijaanzicht is van het hoofd van Salvador Dali zelf. Er wordt gezegd dat de bergen op het schilderij de bergen van Catalonië zijn, de streek waar Dali is geboren.  

Eigen fotobewerking (modernistische praktijkopdracht):


Een realistische foto van een bepaalde emotie wordt zodanig bewerkt dat de foto niet meer herkenbaar is, maar de emotie wel. Mijn emotie is schrik/angst. Ik heb getracht dit extra te versterken door de rood/gele kleuren.